← Psalmboek Ruwe stormen mogen woeden
Letters

Bekende gezangen

Ruwe stormen mogen woeden

4 verzen ·

Zoeken in dit lied

Vers 1

Ruwe stormen mogen woeden, Alles om mij heen zij nacht, God, mijn God zal mij behoeden, God houdt voor mijn heil de wacht. Moet ik lang Zijn hulp verbeiden, Zijne liefde blijft mij leiden: Door een’ nacht, hoe zwart, hoe dicht, Voert Hij mij in ’t eeuwig licht.

Vers 2

Hij, de kenner aller harten, kent ook mij, en weet alleen, hoe ik hier, in al mijn smarten, 't heil verwacht van Hem alleen. Ja, hij weet, hoe diep mijn zonden steeds opnieuw mijn ziel doorwonden: niet mijn ongeloof en waan, mijn geloof, dat ziet Hij aan.

Vers 3

Mij heeft Hij zijn Zoon gegeven, door 't geloof nam ik Hem aan; ja, ik weet, dat ik zal leven en door Hem ten hemel gaan. Mij heeft God in Hem verkoren, zelfs eer ik nog was geboren, eer de stem van Zijne macht immer iets had voortgebracht.

Vers 4

Maar wat lot,'t zij dood of leven, smaad of eerbetoon, mij wacht, Jezus zal mij nooit begeven: ben ik zwak, bij Hem is kracht. Gunst van mensen, raad van vrinden, bitt're haat van kwaadgezinden, hoogte, diepte, vreugd of rouw, niets ontrooft mij aan Gods trouw.

Over deze tekst

Traditionele tekst

J.A. Schlegel (1721 - 1793); A. van den Berg (1733 - 1807); Friedrich Funcke (1642 - 1699)

Tekstbron bekijken

Naar Talenkoning