← Psalmboek Psalm 24
Letters

Psalmen · 1773

Psalm 24

Al d’aard’ en alles wat zij geeft

5 verzen ·

Zoeken in dit lied

Vers 1

Al d’aard’ en alles wat zij geeft, Met al wat zich beweegt en leeft, Zijn ’t wettig eigendom des HEEREN. Hij heeft z’, in haren ochtendstond, Op ongemeten zeên gegrond, Doorsneden met rivier en meren.

Vers 2

Wie klimt den berg des HEEREN op? Wie zal dien Godgewijden top, Voor ’t oog van Sions God, betreden? De man, die, rein van hart en hand, Zich niet aan ijdelheid verpandt, En geen bedrog pleegt in zijn eden.

Vers 3

Die zal, door ’s HEEREN gunst geleid, En zegen en gerechtigheid Van God, den God zijns heils ontvangen. Dit ’s Jakob, dit is ’t vroom geslacht, Dat naar God vraagt, Zijn wet betracht En zoekt Zijn aanschijn met verlangen.

Vers 4

Verhoogt, o poorten, nu den boog! Rijst, eeuwge deuren, rijst omhoog! Opdat de Koning in moog’ rijden. Wie is die Vorst, zo groot in eer? ’t Is God, d’almachtig, Opperheer. ’t Is God, geweldig in het strijden.

Vers 5

Verhoogt, o poorten, nu den boog! Rijst, eeuwge deuren, rijst omhoog! Opdat g’uw Koning moogt ontvangen. Wie is die Vorst, zo groot in kracht? ’t Is ’t Hoofd van ’s hemels legermacht; Hem eren wij met lofgezangen.

Over deze tekst

Berijming 1773

Tekstbron bekijken

Naar Talenkoning