← Psalmboek Psalm 146
Letters

Psalmen · 1773

Psalm 146

Prijs den HEER’ met blijde galmen

8 verzen ·

Zoeken in dit lied

Vers 1

Prijs den HEER’ met blijde galmen; Gij, mijn ziel, hebt rijke stof; ’k Zal, zo lang ik leef, mijn psalmen Vrolijk wijden aan Zijn lof: ’k Zal, zo lang ik ’t licht geniet, Hem verhogen in mijn lied.

Vers 2

Vest op prinsen geen betrouwen, Waar men nimmer heil bij vindt; Zoudt g’uw hoop op mensen bouwen? Als Gods hand hun geest ontbindt, Keren zij tot d’aarde weer, Storten met hun aanslag neer.

Vers 3

Zalig hij, die in dit leven, Jakobs God ter hulpe heeft; Hij, die door den nood gedreven, Zich tot Hem om troost begeeft; Die zijn hoop, in ’t hachlijkst lot, Vestigt op den HEER’, zijn God.

Vers 4

’t Is de HEER’, Wiens alvermogen ’t Groot heelal heeft voortgebracht; Die genadig, uit den hogen Ziet, wie op Zijn bijstand wacht, En aan elk, die Hem verbeidt, Trouwe houdt in eeuwigheid.

Vers 5

’t Is de HEER’, die ’t recht der armen, Der verdrukten gelden doet; Die, uit liefderijk erbarmen, Hongerigen mild’lijk voedt; Die gevangnen vrijheid schenkt, En aan hun ellende denkt.

Vers 6

’t Is de HEER’, Wiens mededogen Blinden schenkt het lieflijk licht; Wie in ’t stof lag neergebogen, Wordt door Hem weer opgericht. God, die lust in waarheid heeft, Mint hem, die rechtvaardig leeft.

Vers 7

’t Is de HEER’, die vreemdelingen Met een wakend oog beschouwt; Weeuw en wees in twistgedingen En in kommer staande houdt; Maar Zijn arm, der vromen hoop, Stuit de bozen in hun loop.

Vers 8

’t Is de HEER’ van alle heren, Sions God, geducht in macht, Die voor eeuwig zal regeren Van geslachte tot geslacht. Sion, zing uw God ter eer! Prijs Zijn grootheid; loof den HEER’.

Over deze tekst

Berijming 1773

Tekstbron bekijken

Naar Talenkoning