← Psalmboek Psalm 133
Letters

Psalmen · 1773

Psalm 133

Ai, ziet, hoe goed, hoe lieflijk is ’t, dat zonen

3 verzen ·

Zoeken in dit lied

Vers 1

Ai, ziet, hoe goed, hoe lieflijk is ’t, dat zonen Van ’t zelfde huis, als broeders samen wonen, Daar ’t liefdevuur niet wordt verdoofd; ’t Is als de zalf op ’s Hogepriesters hoofd, De zalf, waarmee hij is aan God gewijd, Die door haar reuk het hart verblijdt.

Vers 2

Die liefdegeur moet elk tot liefde nopen, Als d’olie, die, van Arons hoofd gedropen, Zijn baard en klederzoom doortrekt; Z’is als de dauw, die Hermons kruin bedekt, Die Sions top met vruchtbaar vocht besproeit, En op zijn bergen nedervloeit.

Vers 3

Waar liefde woont, gebiedt de HEER’ den zegen: Daar woont Hij Zelf, daar wordt Zijn heil verkregen, En ’t leven tot in eeuwigheid.

Over deze tekst

Berijming 1773

Tekstbron bekijken

Naar Talenkoning