Leiders aanstellen
De geadresseerde krijgt de opdracht om plaatselijke leiding te ordenen. De omschrijving van geschikte leiders verbindt karakter en onderwijs. Vraag daarom zowel wat iemand kan uitleggen als hoe diens gedrag binnen de gemeenschap functioneert.
Verschillende groepen aanspreken
De brief richt zich via Titus tot mensen in uiteenlopende maatschappelijke posities. Zulke passages weerspiegelen een historische samenleving. Beschrijf zorgvuldig wie wordt aangesproken voordat je een hedendaagse toepassing formuleert. De aanwezigheid van een sociale verhouding in de tekst is niet automatisch een opdracht die verhouding overal voort te zetten.
Genade en handelen verbinden
De passages over Gods reddend handelen worden gekoppeld aan een oproep tot een verantwoord leven. Goede werken worden niet als een los decor genoemd, maar als zichtbaar gevolg van de besproken verandering. Vergelijk Titus 2:11–14 met 3:3–8. Noteer eerst wat aan God wordt toegeschreven en vervolgens welk gedrag van de gemeente verwacht wordt.
Oefen met deze voorbeelden
- Op welk eiland speelt de opdracht aan Titus?
- Waarom staan onderwijs en gedrag niet los van elkaar?
Antwoorden met uitleg
- Op Kreta.
- De brief wil dat de ontvangen boodschap zichtbaar wordt in betrouwbare leiding en verantwoord gemeenschapsleven.